Ierse Wolfshonden

Van het type wolfshond

In 1934-1936 worden er opgravingen gedaan bij Dunshaughlin, aan de oostkust van de Ierse republiek. Talrijke hondenbeenderen worden gevonden, maar ook schedels, die horen bij het type wolfshond. De vondst wordt gedateerd op de zevende of achtste eeuw voor Christus. Of de (lange) beenderen en de (smalle) schedels aan de voorvaderen van de huidige Ierse Wolfshond kunnen worden toegeschreven, is niet te bewijzen. Wel is duidelijk dat er vóór dat de Kelten Ierland binnen trekken – circa 400 voor Christus – daar al honden van het type Wolfshond zijn.

Het wapenschild van oude Ierse koningen toont een grote hound, een klaverblad en een harp, met het motto: Gentle when stroked, Fierce when provoked – Zacht als hij wordt geaaid, wild als hij wordt uitgedaagd. Het karakter lezen we in de Ierse rasstandaard: Lambs at home, lions in the chase – Lammeren thuis, leeuwen in de achtervolging.

Caius Graius Hibernicus

In de loop van de eeuwen wordt de ‘Wolfshond’ vele malen vermeld in geschriften en documenten, als: Irish Alaunt (grote hond), Irish Greyhound, (Irish) Wolfdog, Canisgraius Hibernicus en Wolfhound. Dat de vermeldingen zo talrijk zijn, komt omdat deze wolvenjager regelmatig als geschenk fungeert aan koningen en de adel. De ‘export’ van Wolfshonden wordt door Oliver Cromwell, lord protector van Engeland, in 1652 aan banden gelegd, omdat hun aantal te drastisch vermindert. Maar in feite zet Cromwell een streep door de niet aflatende stroom van cadeaus, in de vorm van Ierse Wolfshonden, die de Engelse vorsten sturen aan hun collega’s in landen waar nog wolven voorkomen.

In de loop van de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw dienen zich meer betrouwbare bronnen van ooggetuigen aan. Bij voorbeeld van Sir James Ware, die in Antiquities and History of Ireland (1705) schrijft: I must here take notice of those hounds which from their hunting of wolves, are commonly called Wolfdogs – being creatures of great size and strength, and of a fine shape – Grote, krachtige honden met een mooi uiterlijk, die op wolven jagen en gewoonlijk wolfshonden worden genoemd.

Majestic appearance

Een mooie beschrijving van het ras vinden we in Animated Nature (1770) van Oliver Goldsmith: The last variety and most wonderful of all that I shall mention is the great Irish Wolfdog, that may be considered as the first of the canine species… bred up to the houses of the great… he is extremelybeautiful and majestic in appearance, being the greatest of the dog kind to be seen in the world … they are now almost worn away and only very rarely to be met with. Majestueus in zijn verschijning, maar ook toen al zeer zeldzaam …

In vroeger eeuwen komen er in Ierland volop wolven voor. Er wordt op hen gejaagd met gebruik van honden, die worden beschreven als …of the make of a Greyhound. Dat gebeurt in County Cork (1710), County Wexford (circa 1730) en in de Wicklow Mountains (1770). Echter, aan het einde van de negentiende eeuw zijn de wolven vrijwel verdwenen. In Anna Redlich’s The Dogs of Ireland (1981) lezen we dat de meute van Mr. Watson uit Ballydarton in 1786 (of 1787) de laatste wolf bij Myshall doodt. Mr. Watsons honden zijn … coarse, powerful animals, no way resembling the grand old giant rough greyhound, commonly known as the Irish Wolfhound. Zijn dat dan misschien de ‘Great Danes’ (Duitse Doggen), die af en toe opduiken in de historie van de Ierse Wolfshond en die zouden zijn gekruist met ‘Irish Hounds’?

Hoe dan ook, Mr. Watson bezegelt het lot van de meeste Ierse Wolfshonden; geen werk betekent immers geen toekomst. Entirely extinct

Charles Smith schrijft in History of Waterford (1774) dat de Ierse Wolfshond bijna is uitgestorven en ook Thomas Bewick geeft dat in 1792 aan in A General History of Quadrupeds. Bewick schrijft: It is only to be found in Ireland, where it was formerly of great use in clearing the country from Wolves. It is now extremely rare, and is kept rather for show than use, being equally unserviceable for hunting either the Stag, the Fox, or the Hare. Extremely rare – uiterst zeldzaam en ongeschikt voor de herten-, vossen- of hazenjacht. De exemplaren die er dan nog zijn, zijn in handen van adellijke lieden. De honden van fokker Archibald Hamilton Rowan (1751-1834) uit Dublin worden gezien als de laatste pure Ierse Wolfshonden én als belangrijke links naar het heden; veel hedendaagse Ierse Wolfshonden gaan terug op zijn fokkerij. De honden van Hamilton Rowan gaan terug op ‘Oisian’, de Ierse Wolfshond die Phillip Reinagle in 1803 tekent en die is afgebeeld in Sportman’s Cabinet. De meest bekende teef in die periode is ‘Bran’, die Archibald Hamilton Rowan later aan Lord Nugent schenkt. Het jaar 1841 wordt als een mijlpaal gezien, want major H.D. Richardson publiceert een artikel in een Ierse krant, waarin hij schrijft dat hij kan bewijzen dat er wel degelijk nog Ierse Wolfshonden in Ierland zijn. 20 Jaar later is de pure Ierse Wolfshond het stadium van ‘extremely rare’ gepasseerd; John Meyrick schrijft in House Dogs and Sporting Dogs (1861) kort maar krachtig: This animal is entirely extinct – helemaal uitgestorven. ‘Hearsay’ – van horen zeggen

In 1881 verschijnt Vero Shaws The Illustrated Book of the Dog.

Het hoofdstuk over de Ierse Wolfshond is geschreven door ene Captain George Augustus Graham (1833-1909) en begint met: It is with a certain amount of diffidence that this essay is entered upon, as there is a widely-spread impression that the breed to be treated of is extinct. Met andere woorden: Captain Graham voelt enige schroom bij het schrijven van zijn bijdrage, omdat er een wijdverspreide indruk bestaat dat het ras is uitgestorven. In zijn tekst citeert hij talrijke schrijvers voor hem – vanaf de Romeinen tot aan de negentiende eeuw – die over de Ierse Wolfshond, of soortgelijk types, hebben geschreven. Dat daarbij Greyhounds, Great Danes (Duitse Doggen) en Deerhounds wel eens door elkaar worden gehaald (én gefokt) in de oude kynologische lectuur – die vaak steunt op oudere bronnen en ‘hearsay’ – neemt Graham op de koop toe.

‘Levensopdracht’

Captain Graham is de man die ongelooflijk veel werk verzet bij het terugfokken van de oorspronkelijke Ierse Wolfshond. Als militair bij het Engelse leger verblijft hij van 1852 tot 1862 in India en maakt daar kennis met de jacht met ‘rough Greyhounds’. Op 29-jarige leeftijd komt hij terug naar Engeland om zich daar ten volle te gaan wijden aan datgene wat hij zijn ‘levensopdracht’ noemt: het terugfokken van de Ierse Wolfshond.

Graham start zijn werk met zes honden uit de Kilfame en Ballytobin stam. Om de honden groter te krijgen kruist hij Deerhounds, een Barsoi en een Tibetaanse Mastiff in. Graham gebruikt met opzet geen Duitse Doggen want, schrijft hij in 1885: I fail to perceive his claims to elegance of form and beauty. Van een leien dakje gaat het op poten zetten van de Ierse Wolfshond niet; in The Illustrated Book of Dogs is in Grahams tekst te lezen: The writer has not only studied the subject carefully, but has bred extensively, with more or less success, though death and disease have hiterto robbed him of the finest specimens – dood en ziektes hebben hem beroofd van de mooiste exemplaren.

Irish guards

In 1877 wordt de Irish Kennel Association opgericht en in 1872 de Dublin Canine Association. In 1908 fuseren deze tot de Irish Kennel Club. In april 1879 is er een tentoonstelling met een klas voor Ierse Wolfshonden. Captain Graham is behalve exposant ook keurmeester. Hij wordt de eerste president van de in 1885 opgerichte Engelse ‘Irish Wolfhound Club’, een functie die hij tot aan zijn dood zal vervullen. In 1886 accepteert de Irish Kennel Club de door Captain Graham en Cololonel Garnier in datzelfde jaar opgestelde rasstandaard. In 1887 opent de Irish Kennel Association twee klassen voor Ierse Wolfshonden, een openklas en een puppyklas. Om het ras te promoten wordt besloten dat er een Ierse Wolfshond cadeau zal worden gedaan aan het regiment van de Irish Guards. Deze plechtigheid vindt plaats in 1902, op de show van de Irish Kennel Club. De reu ‘Rajah of Kidmal’ (1900), gefokt in Engeland en eigendom van Mrs. A. Gerard, wordt op de show in Crystal Palace (Londen) uitgekozen en aan het regiment overgedragen. Daarna wordt zijn naam veranderd in‘Brian Boru’.

Pas in 1925 wordt de Ierse Wolfshond door The Kennel Club (GB) erkend. Nadat Ierland in 1921 onafhankelijk is geworden, wordt de Irish Kennel Club opgericht (1924). Kort daarna volgt de oprichting van de Irish Wolfhound Club of Ireland.

Toepoel

In 1898 wordt er één Ierse Wolfshond ingeschreven op een Nederlandse tentoonstelling. Helaas, de hond verschijnt niet. L. Seegers wijdt in zijn Hondenrassen (1912) maar liefst acht pagina’s aan de Deerhound en de Ierse Wolfshond samen. Dit omdat …thans vrijwel algemeen wordt aangenomen dat de Schotse Hertenhond (Deerhound) en de Iersche Wolfhond maar één ras waren, die beiden dus dezelfden oorsprong en dezelfden geschiedenis hebben.

Niemand minder dan de bekende kynoloog P.M.C.Toepoel (1881-1960) importeert in 1915 de Ierse Wolfshond Sandford Tingal; Toepoel is ook keurmeester van het ras. In 1924 wint zijn Beatrijs Greate Pier haar Nederlandse kampioenstitel. Andere bekende namen uit de jaren dertig zijn die van mevrouw M.A.G. van der Leeuw-van Dam, die in Wapenveld haar kennel ‘de Dreef’ heeft. Zij importeert de beroemde teef Caragh Chieftain (1924), die een schofthoogte van maar liefst 95 centimeter heeft.

In 1934 richt Toepoel, samen met mejuffrouw A. Muller, de Nederlandse Vereniging voor de Ierse Wolfshond en Deerhound (‘Ierdee’) op. Nadat er voor de Deerhound een eigen vereniging werd opgericht verkreeg de rasvereniging voor de Ierse Wolfshond de naam ‘Ierdie’. De tweede rasvereniging, de Nederlandse Ierse Wolfshond Club, komt voort uit de Stichting de Ierse Wolfshond (SIW).

Zegetocht

Het is onmogelijk in de mij toegemeten ruimte meer Nederlandse fokkers te noemen. Een uitzondering maak ik voor mejuffouw Mees uit Hilversum (kennel ‘Inima’), het echtpaar Frans en Phila Heerkens-Verschuuren en Irmgard de Haan-Levie (‘van de Ruempol’). In 1975 importeert Ido Vunderink uit Engeland Erindale Toledo Prince en Royden Esther. Daarmee begint de zegetocht van kennel ‘of the Funny Hill’, die al bekend is door de Deerhound fokkerij. Ido wint Best-in-Shows en Wereldtitels en de kynologie maakt ook kennis met zijn artikelen over het ras. Rond 1986 stopt ‘of the Funny Hill’, maar in de vroege jaren zeventig treedt een nieuwe beroemdheid naar voren: kennel ‘Geasa’ van mevrouw E. Swelheim-Kruisinga. Voorts passeren José Bekker-Cornelisse † (‘Fionnmaë’), J.G.J.R. Diekman (‘van de Green Farm’), A. van Laar (‘of Kelly’s Heroes’) en H. Laugs-Meerten (‘van Mio Lupo Cane’) de revue in dit rijtje van bekende fokkers uit de tweede helft van de vorige eeuw.

Een Ierse Wolfshond is een indrukwekkende verschijning, die ontzag in boezemt. Hij is aanhankelijk, rustig en bedachtzaam, stelt gezelschap op prijs, maar blijft een typische windhond, die zelf wel bepaalt of een opdracht wordt uitgevoerd of niet. De erkende vachtkleuren zijn grijs, gestroomd, rood, zwart, effen wit, reekleurig en elke andere kleur die bij de Deerhound voorkomt. Voor de oude wolvenjager is er nu geen werk meer; hij is huishond geworden maar kan als sport coursing beoefenen

Grotendeels overgenomen uit Onze Hond

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.